Hoogbegaafdheid en samenleving

Toen in 1946 in Groot-Brittannië, Wereldoorlog II was net afgelopen, enkele heren besloten een vereniging voor hoogbegaafden op te richten, een vereniging die ze Mensa noemden, hadden ze het idee dat ze zo ook de Britse regering beter konden dienen. Namelijk, door de regering gedegen advies te geven over van alles en nog wat; advies gegeven door hoogbegaafden die in onderlinge dialoog bepaalden wat daarbij 'het beste' was.

In de jaren die volgden schoof van arremoede dit idee naar de achtergrond want, zo bleek al spoedig, de Britse regering zat helemaal niet te wachten op advies van een clubje hoogbegaafden terwijl binnen de vereniging zelf de hoogbegaafden ruzieden dat het een lieve lust was en elkaar de tent uit vochten.

In een notedop geeft het bovenstaande (uit: Anne Hofstede en K. Meerman, Het Mensa-quotiënt, over hoge algemene intelligentie en 40 jaar Mensa, Scriptum 2003) de relatie tussen samenleving en hoogbegaafden weer.

De samenleving in al haar vormen staat redelijk onverschillig tegenover hoogbegaafden, zeker als die hoogbegaafden goedbedoeld advies geven. Dit terwijl daarentegen menig hoogbegaafde juist meent dat hij de samenleving iets extra's te bieden heeft en dat ook nog eens graag uitvent, zodat conflicten met anderen, inclusief andere hoogbegaafden, menigvuldig voorkomen.

Denkfouten van hoogbegaafden

Hoogbegaafden maken dikwijls, bewust of onbewust, enkele cruciale denkfouten.

De eerste is dat hoogbegaafden denken dat de samenleving zit te wachten op de kennis en wijze van denken van hoogbegaafden. In het algemeen is dit niet zo. De samenleving, en met haar de geledingen die er deel van uitmaken, heeft mechanismes ontwikkeld om kennisstromen te kanaliseren die niet noodzakelijkerwijze leiden naar de hoogbegaafde. Voor kennis over het bouwen van bruggen bijvoorbeeld, ga je naar een ingenieur die hierin geschoold is en niet naar een hoogbegaafde, ook al kan die waarschijnlijk een prachtige brug ontwerpen. De keuze voor een gediplomeerde ingenieur reduceert namelijk het risico op een brug die niet voldoet aanzienlijk. En zo geldt dat voor heel veel zaken.

De tweede denkfout die veel hoogbegaafden maken is dat hoewel ze natuurlijk beschikken over veel denkvermogen, dit niet wil zeggen dat ze altijd dé waarheid kennen of weten wat in een situatie het beste of juiste is. In een gegeven context is het antwoord van de hoogbegaafde zelden meer waard dan dat van de niet-hoogbegaafde. Wat bijvoorbeeld in een bepaalde situatie de juiste en beste brug is, valt zelden alleen op basis van analytisch vermogen te bepalen. Bij de beslissing hierover spelen altijd ook nog andere overwegingen een rol, zoals bijvoorbeeld schoonheid, iets wat zeker niet tot het exclusieve domein van de hoogbegaafde behoort.

De derde denkfout is dat, ondanks de toename van de gecompliceerdheid van de samenleving, haar verknopingen en tegenstrijdigheden, plus de enorme toename van de kennis die hiermee gepaard gaat, vele hoogbegaafden nog steeds denken dat bij uitstek hoogbegaafdheid voldoet in het aanbrengen van diepte in kennis en kunde. Dat is natuurlijk kul; het tijdperk dat een hoogbegaafde kan excelleren als de niet te overtreffen wijze uitvinder, kunstenaar of dorpsoudste, ligt al heel lang achter ons. Hoogbegaafden zijn ook maar gewoon mensen.

De vierde denkfout die hoogbegaafden vaak maken is dat, hoewel ze natuurlijk een hoop te bieden hebben op het vlak van analytische vermogen, creativiteit en out-of-the-box denken, dit niet automatisch ook geldt op het vlak van het relationele. En bijna altijd is tussen mensen het relationele belangrijker dan het inhoudelijke. Zo kun je wel de kennis hebben over hoe een goede brug gebouwd moet worden of een prachtig muziekstuk componeren, maar als je die kennis niet kunt overdragen op anderen en om kunt zetten in iets concreets of dat muziekstuk niet kunt uitventen, heb je uiteindelijk niets.

De samenleving kijkt daarom met enige verbazing naar die hoogbegaafde mensjes die regelmatig zo hoog van de toren blazen of, juist tegenovergesteld, zo in zichzelf zijn gekropen, weg van de wereld en die lastige anderen die hen toch niet begrijpen. Waar maken ze zich zo druk om? zie je ze wel denken. Jullie zijn toch ook maar gewoon mensen?

Kortom

Hoogbegaafden kunnen wel vinden dat ze iets speciaals in huis hebben wat de samenleving zou moeten waarderen maar dat is maar ten dele waar.

Hoogbegaafdheid kan enkel effectief functioneren binnen de kaders van de samenleving. Net zoals dat geldt voor alles wat het menselijke betreft.

Dit betekent ook dat net zoals dat voor al het menselijke geldt, de middelmatigheid deze kaders bepaalt. Ook exceptionele hoge intelligentie en begaafdheid zal, wil het tot uiting komen, hierbij moeten aanknopen.

Overleven

It is not the strongest of the species that survives nor the most intelligent. It is the one that is the most adaptable to change. Charles Darwin