Valkuilen hoogbegaafde jongeren

Er wordt regelmatig gezegd dat jonge hoogebgaafden op school voldoende cognitief uitgedaagd moeten worden omdat ze zich anders gaan vervelen. Als dit geregeld wordt, is de gedachte, komt alles goed.

Dit is slechts ten dele waar. Hoogbegaafden komen al van jongs af aan tal van problemen en discrepancies tussen perceptie en werkelijkheid bij zichzelf tegen die ze alleen of in samenwerking met anderen moeten oplossen op straffe van later in hun leven grote, soms onoplosbare problemen tegen te komen.

Enkele van die problemen bespreek ik hieronder.

1. Intelligentie staat vast

Jongeren die geloven dat hun hoge intelligentie vaststaat , bijvoorbeeld wegens de complimenten die ze steeds krijgen (jij?, jij bent zooo slim, jij kunt alles!), gaan dikwijls echte uitdagingen, waarbij risico om te falen volop aanwezig is, uit de weg.

Immers, het kind leert dat de hoge intelligentie blijkbaar vaststaat en dat je dus òf dom òf slim bent, en bij het laatse hoort dat je alles kunt oplossen.

Problemen die voor de hoogbegaafde jongere te moeilijk of onoplosbaar lijken, leveren daarom een risico voor zijn status als slimmerik op. Grote kans dat hij die dan bij voorkeur uit de weg gaat. De omgeving, ook al twijfelen ze of ze hierin wel juist doen, accepteert dit meestal.

Mijn ervaring is dat dit later, zo vanaf de vroege volwassenheid, kan leiden tot stevige faalangst en het niet durven leven van het leven. Het afbreukrisico, er niets van te zullen bakken, is te groot geworden om het nog aan te gaan. Anders gezegd, de inzet is inmiddels zo groot geworden dat de jongvolwassene echt niet meer durft.

De oplossing is al op vroege leeftijd het kind veel feedback te geven op inzet en persoonlijke groei, en het concept hoogbegaafdheid als talent verbinden met de eigenschap inzet, mogen falen en de relativiteit van alles. Jongvolwassen en volwassen hoogbegaafden die hiermee worstelen en bij een therapeut komen, hebben in feite hetzelfde te leren.

2. Begrip versus geheugen

Veel hoogbegaafden zijn al van jongs af aan gewend problemen op te lossen door ze te begrijpen waar leeftijdgenoten leren problemen op te lossen door procedures te doorlopen. Het resultaat hiervan is dat het geheugen van deze hoogbegaafden matig getraind is en ze nauwelijks over strategieën beschikken indien ze er op eigen denkkracht niet uitkomen. Ook dat leidt tot het niet aangaan van problemen die 'te moeilijk' lijken.

Mijn ervaring is dat op latere leeftijd deze hoogbegaafden erg weifelachtig kunnen zijn, en ervan schrikken als het eropaan komt te presteren daar waar hoogbegaafdheid an sich en begrijpen onvoldoende instrumenten zijn, bijvoorbeeld bij het maken van werkstukken of het vergroten van de woordenschat in een buitenlandse taal.

De oplossing is al op jonge leeftijd hoogbegaafde jongeren te trainen in het gebruik van het geheugen en multiple oplossingsstrategieën. Wanneer ik een oudere hoogbegaafde voor me heb die hiermee worstelt, leg ik het hem uit en leer hem sequentieel, dat is, stap voor stap, te handelen, juist zoals dat op school geleerd wordt. Ik oefen met hem ook het gebruik van zijn geheugen en praat met hem over zijn angsten.

3. Samenwerken en de groep

Hoogbegaafde jongeren leren door ervaring dat samenwerken aan het te behalen resultaat weinig tot niets toevoegt, dus waarom zou je het dan doen? Op latere leeftijd hebben ze het vermogen tot samenwerking veelal deels of geheel verloren en worden ze een outsider of einzelgänger.

Er buiten staan maakt onzeker over je positie in groepen en over hoe om te gaan met anderen. Met als resultaat dat de begaafde volwassene onzeker wordt over zichzelf en allerlei ideeën ontwikkelt over de samenleving, mensen, en de wereld die op zijn minst genomen nogal negatief zijn. Het leidt tot veel angst, somberheid en regelmatig ook veel eenzaamheid.

Belangrijk is de jongere te leren over waarom mensen samenwerken, over het verschil tussen individu en groep, over communicatie en interactie, over erbijhoren of niet.

Oudere (hoog)begaafden die hiermee worstelen, leer ik door middel van therapie en training weer aansluiting te vinden bij de groep. In ieder geval dat ze zich kunnen redden op dit vlak, en dat ze weten hoe en waarom ze over zichzelf moeten praten, en over wat ze nodig hebben. Ik leer ze over het leven en de mens in zijn algemeenheid.

4. De weg kwijt zijn

Hoogbegaafden kunnen vele wegen zien in datgene waarmee ze bezig zijn. Dit heeft zijn mooie kanten - je kunt echt heel veel van iets te weten komen - en tegelijk is het een nadeel - er is altijd iets wat je nog niet weet maar wel kunt weten.

Hoogbegaafde jongeren kunnen zich makkelijk verliezen in dit spel, zeker wanneer ze zich onzeker voelen en niet goed weten waar 'het' naar toe gaat. Ze halen alles erbij om opdrachten maar niet te hoeven afronden en begeven zich richting het traject faalangst.

Zaak is dat wat van de jongere verwacht wordt, duidelijk te kaderen en op te delen in hapklare brokken, stappen. Ook hoe de ene stap op de andere aansluit. Dit hoeft niet per se sequentieel, maar wel bij voorkeur beeldend en zodanig dat hij er houvast aan ontleent: het gaat om kaders en begin- en eindpunten. Het gaat om structuur.

Tevens is het zinnig dat de hoogbegaafde leert dat alles willen weten een utopie is en meestal ook niet gewenst, en dat in de eigen begrenzing in en focus op waarmee je bezig wilt zijn, de persoonlijke rust en zelfs het persoonlijk geluk liggen.

Oudere hoogbegaafden die hiermee worstelen, leer ik in feite hetzelfde. Ik breng dan wel meer perspectief aan.

5. Gebrek aan motivatie

Wanneer jongeren op school of daarbuiten niet gemotiveerd zijn te werken binnen het stramien van wat geboden wordt, wordt gebrek aan motivatie een groot probleem. Je ziet dit bijvoorbeeld gebeuren bij de briljante leerling die op het gymnasium begint en, via de havo, afzakt naar, uiteindelijk, het vmbo, dat hij met hangen en wurgen haalt.

Als de motivatie eenmaal weg is en de jongere afglijdt, is het lastig hem opnieuw te motiveren. De relaties die de jongere met ouders en school heeft zijn matig of slecht, en het zelfbeeld van de jongere idem. Vaak kun je er ook nog het etiket depressief opplakken.

Op latere leeftijd, zo midden twintig, daagt dan vaak het besef dat er iets grandioos mis zat in het leven toen, in de middelbare schooltijd. Meestal pikken de jongvolwassenen het dan weer op en komen ze alsnog tot een vruchtbaar en succesvol leven.

Zo'n periode kun je beschouwen als een grote existentiële crisis; de onderliggende beweging is een onvrede met en angst voor het leven zoals het geleefd wordt. Er is relatief weinig tegen te doen. Overtuigen help meestal niet, kaderen ook niet. Gezien van een afstand is dit niet raar, hoort het bij het leven. Het is enkel lastig binnen de context van hoe we onze samenleving vorm hebben gegeven.

Wat nog wel eens wil helpen, is degene die ermee worstelt opnieuw zijn leven te laten definiëren. Dit kan het beste gebeuren binnen een veilige, steunende omgeving. Ouders zullen hiertoe op een contructieve manier de band met hun kind moeten herdefiniëren, wat natuurlijk lastig is. Dit kan het beste gebeuren met hulp van een therapeut.

Conclusie

De hoogbegaafde jongere mag dan nog zo volwassen spreken èn klinken, hij is het zeker niet. Integendeel. En zeker de ten dele afwezigheid van die vaardigheden die niet gelinkt zijn aan het hoogbegaafde - doorzetten, kaderen, discipline, samenwerken, relativeren, emotioneel delen, structuren - breken hem op, op jonge leeftijd of later, wanneer hij er helemaal niet meer onderuit kan.

Het enige wat er voor hem op zit, is dat hij, linksom of rechtsom, zich deze vaardigheden alsnog eigen maakt en leert dat hoogbegaafdheid op zich niet gelukkig maakt.

Wanneer volwassen hoogbegaafden stuk lopen, komt in negen van de tien gevallen naar voren dat het in de jeugd ook mis gegaan is op bovengenoemde punten.

Begeleiding

Bij IDEE begeleiden we geen kinderen. Wij begeleiden enkel volwassenen en jongeren vanaf ongeveer 18 jaar. Dit stuk is slechts ter informatie.

Overleven

It is not the strongest of the species that survives nor the most intelligent. It is the one that is the most adaptable to change. Charles Darwin