Het hoogbegaafde brein

De mens is in zijn ontwikkeling, in het bijzonder die van het zenuwstelsel en brein, een gelaagd wezen. De hersenen vormen geen eenheid maar bestaan uit, grofweg gezien, drie delen, die onderling wel verbonden zijn maar naar de aard van hun ontstaan elk een bepaalde specialisatie hebben. Het resultaat is fantastisch maar ook een veelheid aan interne conflicten tussen de drie delen.

In oorsprong bestonden de hersenen slechts uit de hersenstam en hypothalamus (tegenwoordig wel het reptielenbrein genoemd) en de zenuwen in ons lichaam. Dit stelsel regelt alle fysieke basisfuncties zoals we die nog steeds kennen: eten en drinken, instincten en driften, seks en voortplanting, slapen en wakker zijn, ontlasten, reflexmatige handelingen zoals schrikken, en belangrijke delen van het vechten of vluchtensysteem. Het functioneert vrijwel autonoom. We hebben dit deel van het brein gemeen met zo goed als alle lagere diersoorten.

Later ontwikkelde zich in de mens naast de oude hersenen het limbische systeem. Dit systeem, ook voor een belangrijk deel autonoom opererend, omvat het basale emotionele systeem, inclusief onze non-verbale expressie en mogelijkheden tot communicatie, en eenvoudige leervormen. Hier vind je ook onze stress-regulatie en de gevoeligheid voor onder meer verslavingen. Dit deel van het brein hebben we gemeen met vrijwel alle zoogdieren.

Op basis van deze twee delen ontwikkelde zich weer veel later in de ontwikkeling van de mens de neocortex, de grote hersenen. Dit is wat we in het dagelijkse spraakgebruik meestal verstaan onder hersenen. Het regelt de functies die we associëren met denken, mens-zijn en intelligentie: hogere cognitieve vaardigheden, taalontwikkeling, schrijven, creativiteit, fijne motoriek, intuïtie, en ingewikkelde vormen van leren gelinkt aan onze uitvoerende functies.

De drie delen functioneren in de praktijk als twee delen, waarbij het reptielenbrein en het lymbische systeem één deel vormen, en de neocortex het andere.

Het eerste deel regelt vooral de basale, dierlijke en de spontaan-emotionele functies die we grotendeels ook bij dieren aantreffen inclusief de vechten-vluchtenrepons. Het tweede stuurt in het bijzonder het typisch menselijke gedrag, inclusief (en vooral ook) het cognitieve denken.

Bovengemiddeld begaafden en hoogbegaafden hebben meestal een grotere neocortex én een fijnere, meer vertakte bedrading in alle hersendelen, in het bijzonder de neocortex. Er valt zodoende meer te doen en te regelen in de neocortex; impulsen kunnen parallel en op meerdere niveaus tegelijk worden aangeboden, vergeleken, en verwerkt. Tegelijkertijd zorgt dit er ook voor dat begaafden en hogobegaafden over het algemeen bovengemiddeld gevoelig zijn voor prikkels.

Hoewel de neocortex verschillende specialisaties kent en je in de hersenen gebieden aan kunt wijzen die die specialisaties voor hun rekening nemen, is het onmogelijk aan te wijzen waar, bijvoorbeeld, het creatieve denken is gelokaliseerd, of het analytische. Dit is zo omdat alle vormen van denken met elkaar zijn verknoopt en wat het meer tot het een of tot het ander maakt, is nog niet echt duidelijk.

Interne conflicten

De twee delen volgen hun eigen regels en wetmatigheden, en zijn regelmatig ook in conflict met elkaar. Ook al willen ze (we) dat niet en zoeken ze (we) het ook niet op.

Regel bij ons besturingssysteem is dat het dierlijke in ons vóór het menselijke gaat. Denk aan (vermeend) gevaar, de leeuw die ineens in onze kamer staat: we schieten meteen in het vechten of vluchten en gaan er niet eerst over nadenken, een en ander volgens een min of meer vast patroon dat we onszelf in onze jeugd hebben aangeleerd.

Evenzo zal honger ertoe leiden dat je gaat eten, ook al ben je bezig met het schrijven van het prachtigste boek. En bekijk je die nieuwe collega met extra veel belangstelling want ze heeft zulke prachtige billen, daar kun je niet niet naar kijken, ook al predik je in het openbaar absolute gelijkheid van de sexes en abstinentie van seks.

Als het eropaan komt, dat is, als we intern een conflict hebben of ergens gevaar zien, wint in negen van de tien gevallen de emotie en het dierlijke het met gemak van het cognitieve en intellectuele. Dat is heel primair gedrag.

Het lastige voor hoogbegaafden hierin is dat ze zichzelf al op jonge leeftijd geleerd hebben vooral te vertrouwen op het cognitieve denken, het nieuwe deel van het brein, de neocortex. Natuurlijk niet vreemd, want dat deel kennen ze het best en daar liggen voor hen de mogelijke successen. Echter, het resultaat is wel dat het oude deel, waarin het natuurlijke, primair dierlijke gedrag gezekerd ligt, verwaarloosd of miskend wordt.

In geval van interne conflicten zijn hoogbegaafden daarom makkelijker dan niet-hoogbegaafden in staat deze oud-menselijke kanten weg te drukken en weggedrukt te houden; ze zijn goed in staat emotie - pijn, verdriet, boosheid, angst - 'weg' te rationaliseren. Het vervelende is echter wel dat hoogbegaafden zodoende vervreemd kunnen raken van het oude deel van hun brein en intern in een spagaat terechtkomen. Er is zelfs de kans dat als ze dit rigoreus en langdurig doen, gedissocieerd raken van hun emoties.

Misverstanden rondom denken

Bij verreweg het grootste deel van ons gedrag speelt ons bewuste denken nauwelijks een rol. Sommigen opperen wel de verhouding 99% onbewust en 1% bewust gestuurd gedrag. De reden dat we het belang van het bewuste denken zo hoog plaatsen, is dat we ons van dat type denken nu eenmaal eerder bewust zijn en er makkelijker mee kunnen analyseren.

De verwerkingscapaciteit van ons bewuste denken is maar een fractie van onze totale denkcapaciteit. We kunnen op onbewust niveau 200.000 keer zoveel verwerken als op bewust niveau.

Het is ook niet zo dat bewust denken gereserveerd is voor ingewikkelde zaken en onbewust denken voor simpele. Autorijden bijvoorbeeld doe je vanuit onbewuste denkprocessen. Lezen ook; je leest niet woordje voor woordje, zou je dat wel doen dan schiet het helemaal niet op. Ook bepalen of je iemand mag of niet is grotendeels een onbewust proces.

Waar het bewuste denken veelal gestructureerd is rond controleerbare logische oorzaak-gevolg processen, is het onbewuste denken vooral gelinkt aan fysieke (bijvoorbeeld honger, dorst, aanwezigheid, seks) en gevoelsmatige (bijvoorbeeld angst, voelen, verlangen, hoop, intuïtie) processen. In het bijzonder in deze onbewuste laag ligt veel rijkdom aan creatieve begaafdheid besloten.

Mensen die veel en vaak bewust denken en dat als basishouding in het leven hanteren, lopen makkelijk vast. Ze proberen de keuzes die ze moeten maken te reduceren tot een intellectueel intern gesprek, en vergeten daarbij geregeld de andere lagen. Ze raken verstrikt in een eigen geweven web van argumenten die er niet zo toe doen. Als ze daarentegen leren om die creativiteit in die onbewuste lagen aan te spreken, gaat er een wereld voor ze open.

Communicatie en interactie

De twee delen van het brein communiceren op verschillende wijze met de buitenwereld. Het 'dierlijke deel', dat van de hersenstam, hypothalamus en het limbische systeem, communiceert vooral analoog: emotioneel, non-verbaal en gericht op de relatie. Het tweede deel, dat van de neocortex, communiceert zoals we dat noemen digitaal (de termen analoog en digitaal in deze context zijn van Paul Watzlawick, de grote communicatiegoeroe), en is vooral op inhoud gericht.

Ook op het communicatieve vlak, in de interactie met anderen, gaat, niet verwonderlijk, de analoge manier van communiceren voor de digitale. Zoals communicatiedeskundigen het zeggen: relatie gaat altijd voor inhoud.

Daar komt bij dat juist op dat vlak, dat van de relatie, mensen ook hun onderlinge rangorde bepalen. Mensen bepalen in de interactie, in de relatie die ze op dat moment tot stand brengen, hun wederzijds erkende status. Degene die daarin de emotie niet of in mindere mate spreekt, zet zichzelf daarin vrijwel automatisch op een lager plan.

Tenzij de ontmoeting in het teken staat van kennis of kennisoverdracht, verliest in de ontmoeting de hoogbegaafde het meestal van de niet-begaafde. Omdat hij zo vertrouwt op de inhoud en redelijkheid van zijn argumenten, en o zo vaak het dierlijke, het emotionele en instinctieve, in de relatie afwijst terwijl dat voor de ander juist omgekeerd geldt.

Man en vrouw

Het brein van de vrouw kent meer en fijnere verbindingen dan dat van de man. Vrouwen zijn makkelijker in staat contact te maken met de oudere delen van het brein en zijn daarbij beter in staat bij hun positievere emoties te komen. Mannen voelen eerder gevaar en kunnen daar dan makkelijker met agressie op reageren.

Dit verschil in hersenbouw zorgt er ook voor dat vrouwen meer oog hebben voor detail en mannen meer voor de grote lijn. Vrouwen zijn daarom vaak nauwkeuriger en preciezer. De verschillen zijn gerelateerd aan wat hierboven is gemeld, het zijn vooral accentverschillen. Verschillen in hoogbegaafdheid tussen man en vrouw zijn er niet, behalve dat in het algemeen genomen de verschillende sexes op een verschillende manier omgaan met wat ze aan denkkracht in huis hebben.

Overleven

It is not the strongest of the species that survives nor the most intelligent. It is the one that is the most adaptable to change. Charles Darwin

Volgende pagina

Multiple intelligentie

Hoogbegaafdheid

Wat is hoogbegaafdheid - Het brein - Multiple intelligentie - Hoogbegaafd & samenleving - Hoogbegaafd & werk - Omgang met anderen - Problemen hoogbegaafdheid - Valkuilen hoogbegaafde jongeren - Hoogbegaafde kids - Aanverwant: add ed. - Hulpverlening ggz - Verkeerde diagnoses - Het grote verdriet - Kanttekeningen

Menu

Hoogbegaafdheid - Tests - IDEE - Contact & zo - Home - Begeleiding - Relatietherapie - Rondom werk - Training