Het grote verdriet

Willy is het derde kind in een middenklasse gezin in Almere. Vooral moeder heeft de zorg voor de kinderen. Daarnaast werkt ze voor drie dagen per week op een lagere school in een buitenwijk van Almere. Vader werkt in de journalistiek, in Amsterdam, en is meer zijdelings betrokken bij de opvoeding van zijn kinderen.

Het is een lief, hecht gezin, waarin de leden aandacht voor elkaar hebben en met elkaar begaan zijn. Het enige wat misschien ingewikkeld is, is dat tussen Willy en zijn broer daarvoor meer jaren zitten dan tussen het oudste kind, een dochter, en de broer. Die twee brengen aardig wat tijd met elkaar door en Willy is daarom wat meer op zichzelf aangewezen.

Hij vindt dat niet zo erg. Willy is namelijk graag op zichzelf en je zou kunnen zeggen dat hij introvert van aard is. Dat wil niet zeggen dat hij niet sociaal is. Willy heeft juist geleerd sociaal te zijn. Zijn ouders vonden dat namelijk erg belangrijk: manieren, normen en waarden doen er toe. Je hoort sociaal te kunnen omgaan met anderen en Willy doet dat ook braaf, hoewel hij het geregeld moeilijk vindt en het met tegenzin doet.

Lagere school

Op de lagere school gaat het de eerste jaren goed met Willy. Hij is enthousiast en leergierig, heel zelfstandig en sociaal. Hij loopt vanaf het begin voor op de andere kinderen en de meester mag hem graag. Vanaf de derde klas echter gaat het wat minder. Hij heeft moeite met de boekjes en de toetsen die worden gebruikt. Hij vindt ze onduidelijk, zegt hij. Je ziet hem eigenlijk met de maand onzekerder worden en zich meer in zichzelf terugtrekken. Ook de relatie met de meester - een nieuwe - is anders, minder vanzelfsprekend geworden.

Aan het eind van het jaar in klas drie blijkt dat Willy al een paar maanden wordt gepest. Het is niet de meest heftige vorm van pesten, maar toch. Het pesten begon bij de kinderen uit de parallelklas maar werd daarna overgenomen door kinderen uit de eigen klas. Hij is anders, is hun conclusie. Hoewel de meester ingrijpt en er wordt gepraat met de pesters, is de impact op Willy groot. Hij trekt zich steeds meer terug in zichzelf en verbreekt het contact met de groepjes waartoe hij behoort. Het leren gaat iets stroever en hij haalt er ook minder plezier uit, hoewel hij toch nog bovengemiddeld scoort. Het pesten loopt door tot in de zesde klas, en is dan ineens weg.

Middelbare school

Willy wordt geplaatst op het atheneum. Hij is een stille, rustige jongen die het allemaal zo'n beetje aankijkt. Hij heeft weinig contacten en wordt niet meer gepest. Hij scoort heel wisselend op de toetsen. Soms lijkt hij de stof niet in zich te kunnen opnemen, soms schut hij het zo uit zijn mouw. De docenten, op een of twee na, krijgen geen vat op hem, zeggen ze. Dat irriteert hen. Ook vinden ze hem anders dan de andere kinderen en dat vinden ze ook niet prettig. Al met al laten ze hem het liefst links liggen. Willy lijkt dat niet merkbaar te deren en doorloopt zo klas een en twee.

In klas drie ontstaan problemen. Het lijkt wel of Willy onzekerder is geworden want contacten met leeftijdgenoten gaat hij nu stelselmatig uit de weg. Ook contacten met de docenten worden tot het minimum teruggebracht. Buiten gamen op de computer heeft hij geen hobbies. Sport interesseert hem niet. Uitgaan ook niet, en contacten met meisjes al helemaal niet. Voor de buitenstaander die zich in hem zou verdiepen, is het duidelijk dat hij ongelukkig is en zich zeer eenzaam voelt.

Ook zijn ouders kunnen hem niet meer bereiken. Vooral voor de moeder voelt dat als ingewikkeld en naar want zij was altijd degene die hem steunde als hij het zwaar had en een klankbord zocht. Ze zit met de handen in het haar en wanneer het ernaar uitziet dat Willy blijft zitten, besluiten ze in gezamenlijk overleg dat Willy maar eens naar een psycholoog moet. De vader twijfelde of het wel nodig was - hij vindt zijn zoon maar een watje - maar gaat er toch in mee. Ook Willy voegt zich en de school lijkt het sowieso een goed idee.

De psycholoog

De pycholoog constateert dat Willy nogal faalangstig is en moeilijk in de sociale omgang. Ze werkt met hem aan zijn sociale vaardigheden en aan hoe hij kan omgaan met leren. De sessies lijken enigszins te helpen. Wat betreft Willy's hoogbegaafdheid: daar kan ze niet veel mee. Ook heeft ze de indruk dat ze hem niet altijd kan bereiken en dat hij de antwoorden geeft die zij wil horen.

Nadat het even beter ging, gaat het daarna weer even hard omlaag. De resultaten op school worden slechter, de omgang met anderen minder, en Willy trekt zich nog meer terug achter zijn computer op zijn kamer op zolder. Zijn ouders worden wanhopig. Een studiecoach komt voorbij, evenals een verplichte cursus sociale weerbaarheid voor jongeren. Maar er verandert niets en Willy krijgt op school het advies over te stappen naar de havo, die is immers makkelijker af te ronden.

De GGZ

Zijn moeder wil het er niet bij laten zitten want ze heeft het er erg moeilijk mee. In samenspraak met de tweede psycholoog waar ze met haar zoon is geweest, gaat Willy langs de regionale ggz-instelling. Hij wordt daar uitgebreid getest en krijgt na ettelijke maanden wachten diverse gesprekken met psychiaters en psychologen. Op basis daarvan concluderen die dat Willy een vorm van autisme heeft. Tevens bestaat het vermoeden van Asperger. Het hoogbegaafde benoemen ze wel maar doen daar verder niets mee.

Willy vond de gesprekken en testen vervelend. Hij wantrouwde de interviewers en trok zich terug achter zijn muurtje. Was hij normaal al weinig spraakzaam, nu nog minder. Wat betreft de testen: ze leken op de cito-toetsen op school in de zin dat het geen sluitende systemen waren en de vragen dus op vele manieren konden worden uitgelegd. Hij raaktde weg erin kwijt en had veel tijd nodig. Maar ja, die kreeg hij niet.

Op basis van de gesprekken en testen, adviseren ze bij de GGZ wekelijks groepsgesprekken en gesprekken 1 op 1. Tevens zal enige medicatie worden voorgeschreven. Dan zal het wel beter met Willy gaan, is hun verwachting.

Een tijd volgt waarin allerlei pillen geprobeerd worden. Niets lijkt te werken, geen Ritalin, geen Concerta. Soms is Willy heel beroerd ervan, maar uiteindelijk maakt het geen verschil. De groepsgesprekken vindt hij stomvervelend want ook binnen die groep vindt hij geen aansluiting. Hij ervaart uiteindelijk de groepstherapie als een straf. Evenals de gesprekken met de psychiater en anderen want die schijnen niet goed te weten wat ze hem aanmoeten. Ze vinden hem niet echt autistisch maar wat hij dan wel is, weten ze ook niet. Hetzelfde geldt voor Asperger. Maanden volgen waarin vooral gepraat wordt over welke stoornis hij wellicht heeft.

Na ruim een jaar geven ze bij de GGZ aan dat ze niet goed weten wat ze met Willy aanmoeten. Hij reageert niet op de behandeling, is hun uitspraak. Op school staat hij inmiddels bekend als die gekke jongen. Hij wordt niet gepest maar ook niet tot groepen toegelaten. Hij gaat heel onregelmatig naar school en vlak voor het eind van het van het vierde schooljaar wil Willy niet meer naar school en blijft hij definitief thuis.

Willy

Sinds dat Willy thuis blijft, voelt hij zich rustiger. Hij hoeft geen confrontaties meer aan te gaan en vervelende situaties te verduren. Hij weet dat anderen hem raar vinden en snapt dat wel. Immers, hij is autistisch en en heeft Asperger. Hij schaamt zich en verbergt zich, zo ver mogelijk van anderen af. De wereld is voor hem een onveilige plek geworden.

Zijn moeder weet niet goed wat ze met hem aan moet. Ze heeft van alles geprobeerd en leeft mee met hem, ze voelt zijn pijn. Enerzijds bemoedert ze hem, anderzijds stimuleert ze hem uit zijn isolement te komen. Niets helpt. Soms krijgt ze hem zover dat hij weer eens een therapeut bezoekt. Maar meestal kunnen die niets met hem en hij niets met hen. De vader is ambivalent in zijn gevoelens naar zijn zoon. Enerzijds heeft hij met hem te doen, anderzijds vindt hij hem maar een watje, en voelt hij minachting.

Wanneer Willy twintig is, heeft hij in termen van de wereld om hem heen niets. Geen opleiding, geen vrienden, geen geld, geen baan. De enige die naar hem omkijkt is zijn moeder. Hij wordt daar zo wanhopig van dat hij zich nog meer verbergt voor de wereld en bij voorkeur zijn kamer niet uitkomt.

Willy

Het verhaal over Willy hiernaast is fictief maar hoogbegaafde jongeren en volwassenen met zo'n verleden, zijn er genoeg. Ik heb ze regelmatig ontmoet als cliënt in mijn praktijk.

Mijn schatting is dat over zeker een op de twintig hoogbegaafden vergelijkbare verhalen te vertellen valt.

NB: Bij IDEE begeleiden we geen kinderen. Wij begeleiden enkel volwassenen en jongeren vanaf ongeveer 18 jaar. Deze tekst is slechts ter informatie.

Waar gaat het mis?

De redenen dat het mis gaat zijn divers:
- Hoogbegaafde jongeren zijn meestal gevoelig, zeker wat betreft afwijzing en niet bij de groep horen. De impact van afwijzingen is groot.
- Introvert gedrag wordt in onze samenleving als problematisch, afwijkend en raar ervaren. Idem wat betreft diepgang, zeker in combinatie met introversie. Introversie wordt - ook door deskundigen die beter zouden horen te weten - veelal gelijkgesteld aan autisme, wat het natuurlijk niet is.
- Veel ouders accepteren tegenwoordig niet meer dat hun kind problemen rondom interactie en contact heeft. Wanneer het lastig gaat, moet daar een oplossing voor komen en ouders gaan er ook van uit dat voor alle problemen een oplossing bestaat.
- De ggz diagnosticeert met betrekking tot hoogbegaafden veelal foutief. Medewerkers, psychiaters, herkennen het niet als zodanig en interpreteren specifiek gedrag van hoogbegaafden, onder meer het terughoudende, als autisme, wat het niet is. Daar komt bij dat hoogbegaafden notoir lastig kunnen zijn in het zich terughoudend opstellen en dat testen zijn ontwikkeld voor doorsnee personen, niet hoogbegaafden. Ook is van belang te weten dat voor veel van de stoornissen die door de ggz wordt gediagnosticeerd, geen adequate behandelingen bestaan en er dus niets gebeurd na een diagnose.
- De impact van een pestverleden wordt regelmatig niet onderkend door psychologen en ggz.
- Naarmate een kind langer in begeleiding is bij een officiële instantie als de ggz en steeds terugkrijgt wat er allemaal mis is met hem, naarmate ouders het gedrag van een kind langer als problematisch ervaren, gaat het kind meer en meer de 'schuld' van de problemen bij zichzelf zoeken. Hij identificeert zichzelf er dan mee. Daar komt dan schaamte bij en nog zo wat, en voordat je het weet, is hij het probleem geworden.

Hoe los je het op?

Het vervelende is dat wanneer iemand dit soort problemen al lang heeft, zeg maar een aantal jaren, hij er steeds moeilijker los van komt. Het is dan een soort stoornis geworden waar hij de rest van zijn leven last van zal houden.

Naarmate je er eerder bij bent, kun je, als therapeut, zo'n jongere beter met zijn angsten en gebrek aan zelfwaardering begeleiden. Dat doe je onder meer door te werken met alle toepasbare items uit de rubriek Hoe voorkom je het? hieronder.

Hoe voorkom je het?

Het beste voorkom je dit alles door problemen klein te houden en niet te gaan zoeken naar defecten aan het kind. In de kern zijn veel van dit soort problemen angstproblemen. Vaak is niets doen uiteindelijk beter voor het kind terwijl continu 'oplossingen' zoeken leidt tot stigmatisering.

Verder kun je dit voorkomen dan wel minder groot maken door:
- Leer het kind dat het ok is, waard is om te leven, en zeker waard om voor zichzelf op te komen. Geef hierin zelf het goede voorbeeld.
- Zorg ervoor dat je kind niet gepest wordt en mocht dat wel zo zijn, leer het dan zich actief te verweren.
- Zorg ervoor dat je kind zich leert verbinden met anderen door bijvoorbeeld (bij-)baantjes, hobbies en bezigheden waar anderen bij betrokken zijn, te verplichten. Dat geldt in het bijzonder voor introverte kinderen.
- Zorg ervoor dat je kind een of twee goede vrienden heeft en daarmee activiteiten ontplooit. Vermijd het om als moeder (vader) die rol op je te nemen.
- Vermijd de ggz, in het bijzonder de instellingen. Die werkt met labels en diagnoses die in dit soort situaties nauwelijks relevant zijn en de plank mis slaan. De ggz biedt zelden oplossingen maar bevestigt daarentegen wel het kind in zijn angsten en 'fout zijn.' Modern gezegd: het kind wordt gestigmatiseerd en komt daar niet meer van los.
- Vermijd als het enigszins kan Wahjong uitkeringen en dergelijke. Het bevestigt enkel de jongere in zijn problematiek en lost niets op.
- Leer het kind zichzelf te uiten door middel van praten, muziek, en al het creatieve.
- Zie alles wat je kind doormaakt als tijdelijke angstproblematiek gekoppeld aan opgroeien in plaats van het te koppelen aan van alles en nog wat.
- En: praat met je kind over dit alles.

Overleven

It is not the strongest of the species that survives nor the most intelligent. It is the one that is the most adaptable to change. Charles Darwin